Vraag inzake uitbetaling van heffingskortingen

Regelmatig wordt de volgende vraag gesteld:
Ik werk niet of weinig, en ontvang daarom een uitbetaling van heffingskortingen van de Belastingdienst. Ik kan nu meer gaan werken. Raak ik daardoor mijn heffingskortingen kwijt?

Het antwoord op deze vraag is: nee, iedere belastingplichtige heeft recht op de algemene heffingskorting, en dat blijft ook, onafhankelijk van de hoogte van het inkomen.

Toch kan het gebeuren dat er na afloop van het jaar belasting moet worden terugbetaald, door misverstanden over deze uitbetaling. Om deze reden wordt hier uitgebreider ingegaan op het systeem:

Berekening inkomstenbelasting:
De op het loon ingehouden loonbelasting is slechts een voorschot op de over het jaar verschuldigde inkomstenbelasting. De loonbelastingtabellen zijn zo gemaakt dat de verschuldigde inkomstenbelasting zo goed mogelijk wordt benaderd, zodat er na het indienen van de aangifte inkomstenbelasting weinig belasting behoeft te worden afgerekend, maar er kunnen omstandigheden zijn waardoor er toch grote verschillen kunnen optreden tussen de hoogte van loonbelasting en inkomstenbelasting. Voorbeelden daarvan zijn:

- in- of uit diensttreding in de loop van het jaar, wisseling van werkgever
- gelijktijdig 2 of meer baantjes hebben
- toepassing van verkeerde loonbelastingtabellen
- ten onrechte wel of niet toepassen van heffingskortingen
- persoonlijke omstandigheden, waardoor recht bestaat op meer heffingskortingen dan waar rekening mee was gehouden


En uiteraard treden er ook verschillen op door extra aftrekposten van hypotheek, ziektekosten, lijfrente etc. maar ook als deze omstandigheden zich niet voordoen kunnen er verschillen optreden tussen loonbelasting en inkomstenbelasting, met als gevolg een belastingaanslag na afloop van het jaar. Dit komt doordat de inkomstenbelasting niet eenvoudig is te berekenen. Hoe vindt deze berekening plaats?
Allereerst moet een belastbaar inkomen worden berekend, zijnde de som van alle jaarinkomsten, verminderd met aftrekposten. Over dit belastbaar inkomen wordt belasting berekend. Wij hebben in Nederland verschillende tarieven, afhankelijk van de hoogte van het inkomen en de leeftijd (AOW-er of jonger).
Voor de niet-AOW-ers gelden in 2017 de volgende tarieven:
36,55 % over het inkomen tot € 19.982
40,80 % over het deel daarboven, tot een inkomen van € 67.072.
52 % over het deel van het inkomen dat hoger is dan € 67.072.

Op deze berekende belasting worden vervolgens de heffingskortingen in mindering gebracht.
Wij hebben in 2017 de volgende heffingskortingen:

 

Algemene heffingskorting max 2.254
Arbeidskorting max 3.223
Werkbonus max 1.119
Inkomensafhankelijke combinatiekorting max 2.778
Ouderenkorting max 1.292
Alleenstaande ouderenkorting 438
Jonggehandicaptenkorting 722
Levensloopverlofkorting 210
Korting groene beleggingen 0,7 %


Deze heffingskortingen worden hier niet verder toegelicht. Voor nu is alleen van belang te weten dat deze afhankelijk zijn van de persoonlijke omstandigheden.
De uitkomst van berekende belastingen, verminderd met de heffingskortingen, wordt nog verlaagd met de eventuele opgelegde voorlopige aanslag inkomstenbelasting, en de eventuele door de Belastingdienst voorlopig uitbetaalde heffingskortingen.

Tot slot wordt dit ook nog verminderd met de reeds ingehouden loonbelasting, en het restant betreft de af te rekenen inkomstenbelasting.

Uitbetaling heffingskortingen:
Uit het bovenstaande volgt dat als men geen inkomen heeft, dat er geen belasting is verschuldigd, en na aftrek van de heffingskortingen zou er een negatief bedrag ontstaan. Met andere woorden: Er is geen inkomstenbelasting verschuldigd, de Belastingdienst moet zelfs uitbetalen. Daarvoor is de regel ingevoerd dat deze uitbetaling alleen wordt gedaan als deze persoon een fiscale partner heeft, als deze partner voldoende inkomen heeft en daarbij voldoende belasting betaalt. Deze uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner wordt overigens in de komende jaren afgebouwd, waardoor er steeds een kleiner deel van de heffingskortingen wordt ontvangen.

Als dus een man de kostwinner is, en de vrouw weinig of geen inkomen heeft, dan moeten beiden na afloop van het jaar een aangifte inkomstenbelasting indienen, en zal als gevolg daarvan de vrouw een uitbetaling van heffingskortingen ontvangen.
Het is overigens niet nodig om te wachten tot het einde van het jaar; het is mogelijk om bij de Belastingdienst een verzoek in te dienen om een maandelijkse uitbetaling van deze heffingskortingen te ontvangen. Dit is dan wel een voorschot, welke na afloop van het jaar wordt afgerekend.


En nu terug naar de vraag: Wat kan er nu fout gaan?
Stel dat men geen inkomen heeft, en maandelijks van de Belastingdienst een uitbetaling van heffingskortingen ontvangt. En men krijgt vervolgens de kans om bij een werkgever bijvoorbeeld € 3.000 te gaan verdienen.
Zoals hiervoor uitgezet wordt de loonbelasting berekend door de inkomstenbelasting zo goed mogelijk te benaderen. De werkgever houdt bij de inhouding van de loonbelasting dus ook rekening met heffingskortingen, waardoor er minder loonbelasting wordt ingehouden.

Maar dat is niet goed, want je kan de heffingskortingen niet dubbel ontvangen. In het voorbeeld zal de werkgever bij een inkomen van € 3.000 geen loonbelasting inhouden, maar als na afloop van het jaar de aangifte inkomstenbelasting wordt ingediend volgt daaruit opeens een aanslag van 36,55 % over € 3.000 = € 1.096.

Hoe kan dit worden voorkomen?
Als u na afloop van het jaar niet wil worden geconfronteerd met een dergelijke belastingaanslag, dan zijn daar 2 mogelijkheden voor:

  1. Stuur een bericht naar de Belastingdienst dat er een inkomen wordt verwacht van € 3.000 op jaarbasis. De Belastingdienst zal op basis hiervn de uitbetaling van de heffingskorting herrekenen, en een verlaagd bedrag gaan uitbetalen.
  2. Bij indiensttreding bij de werkgever moet een "loonbelastingverklaring" worden ingevuld. Vul hier op in dat de werkgever de loonheffingskorting NIET moet toepassen. Daardoor zal er meer loonbelasting door de werkgever worden ingehouden, en zal het netto-loon dus lager zijn.



Tot slot
Bij het beantwoorden van deze vraag zijn slechts de hoofdlijnen van de wetgeving weergegeven, zonder in te gaan op alle uitzonderingen. Het doel hiervan was om informatie te verstrekken, en wij aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor mogelijke onjuistheden in de tekst. Als u nog verder vragen mocht hebben raden wij u aan hier nader naar te informeren.

 Verkorte link: http://bit.ly/UXJ3Eu 

Heeft u advies nodig ?

  (0321) 339930


 Terugbelverzoek


  Maak een afspraak

Zoeken binnen de website